Uitspraak KiFiD: bank moet boeterente halveren na scheiding

17 oktober 2016 10:30 WestlandUtrecht Bank (Bank) moet bijna € 11.000 aan te veel geïnde boeterente terugbetalen aan twee voormalige echtelieden. De bank, inmiddels opgegaan in ING, bracht de volledige boeterente in rekening toen het stel uit elkaar ging en de man de woning opnieuw financierde met zijn nieuwe geliefde. Consument heeft een redelijke lezing van het betreffende artikel uit het Reglement gegeven. Bank heeft deze uitleg betwist, maar onvoldoende onderbouwd. Zelfs wanneer de uitleg van Bank redelijk zou zijn, gaat conform het Burgerlijk Wetboek de voor Consument meest gunstige en redelijke lezing van het betreffende artikel. De door Consument aangedragen uitleg van het betreffende geval wordt dan ook gevolgd. De klacht van Consument is gegrond. Volgens KiFiD zijn de man en zijn voormalige echtgenote slechts over de helft van de oude hypotheek boeterente verschuldigd.

De feiten
Bij de beoordeling van de klacht gaat de Commissie uit van de volgende feiten.

  1. De Bank heeft op 24 december 2010 ten behoeve van de aankoop van een woning een hypothecaire geldlening van € 397.000,- aan Consument en zijn toenmalige echtgenote verstrekt.
  2. De geldleningsovereenkomsten van december 2010 vermelden onder meer voorwaarden bij vervroegde aflossing en een mogelijke boete die in dat geval moet worden betaald.
Consument en zijn voormalige echtgenote zijn gescheiden. In november 2015 is het aandeel in de woning van de voormalige echtgenote (50%) door de nieuwe partner van Consument van de voormalige echtgenote gekocht en aan haar geleverd. De hypothecaire geldlening bij Bank is geheel afgelost, waarna de woning door een andere geldverstrekker is gefinancierd. De Bank heeft een boeterente van € 33.405,86 bij Consument en zijn voormalige echtgenote in rekening gebracht. Consument geeft aan dat de berekening van Bank onjuist is en vordert dat Bank wordt veroordeeld tot betaling van € 10.747,93 aan ten onrechte betaalde boeterente. Volgens Consument dient de boeterente wegens vervroegde aflossing alleen te worden berekend over het hypotheekdeel van Consument en niet over de gehele hypotheeksom. De voormalige echtgenote van Consument heeft haar aandeel in de woning immers vrijwillig verkocht, heeft dit aandeel overgedragen aan de nieuwe partner van Consument en is vervolgens verhuisd. De juiste boeterente over dit deel van de hypotheeksom is dan € 16.702,93. Daarnaast dient de boete vanwege de loyaliteitskorting te worden gemaximaliseerd op 3% van de andere helft van de hypotheeksom (€ 198.500,-). De juiste boeterente over dit deel van de hypotheeksom bedraagt € 5.955,-. De totale boeterente is dan € 22.657,93 (€ 16.702,93 plus € 5.955,-). De Bank heeft dus € 10.747,93 te veel aan boeterente in rekening gebracht.

De Bank heeft de volgende verweren gevoerd. Consument door geheel of gedeeltelijke aflossing van de hypotheekschuld een boeterente verschuldigd. Er is geen boeterente verschuldigd indien de gehele woning (en niet een gedeelte daarvan) wordt verkocht en beide schuldenaren (en niet slechts een van de twee schuldenaren) verhuizen. In dit geval is slechts het deel van de voormalige partner verkocht en is alleen zij verhuisd. De boeterente zal om die reden moeten worden berekend over de gehele hypotheeksom. Daarnaast is de hypothecaire geldlening afgesloten op basis van loyaliteitsvoorwaarden. Dit betekent dan ook al zou geen boeterente verschuldigd zijn, de Bank gerechtigd is een vergoeding in rekening te brengen, welke vergoeding is gemaximaliseerd tot 3% van de hypotheeksom.

De beoordeling
Partijen hebben tijdens de zitting hun standpunten toegelicht. De Bank heeft daarbij onder meer verwezen naar de loyaliteitskorting en de daarmee samenhangende beperkingen voor Consument. Omdat dit verweer voor het eerst tijdens de zitting, in een zo laat stadium van deze klachtprocedure is opgeworpen houdt de Geschillencommissie hier geen verder rekening mee. De vraag die partijen verdeelt, is of een artikel uit het Reglement zo dient te worden uitgelegd dat Consument en zijn voormalige partner op grond van dit artikel slechts een vergoeding verschuldigd zijn over het gedeelte van Consument. Voorop staat dat voor de uitleg van deze voorwaarde bepalend is hetgeen partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs aan van elkaar mochten.

Consument heeft met zijn stelling dat het betreffende artikel ook ziet op gedeeltelijke verkoop van het onderpand, gevolgd door juridische levering, overdracht en verhuizing, een redelijke lezing van dit artikel gegeven. Er staat immers niet expliciet vermeld dat het zou moeten gaan om de verkoop van het gehele onderpand noch dat beide schuldenaren dienen te verhuizen. Volgens de Bank moet de bepaling zo worden uitgelegd dat er sprake dient te zijn van de verkoop van het gehele onderpand gevolgd door verhuizing van beide schuldenaren. Deze uitleg kan volgens de Commissie niet zonder meer worden afgeleid uit de bepalingen van het Reglement, zoals door de Bank zonder enige onderbouwing wordt aangevoerd. Afgezien van het feit dat dit verweer laat tot uiting komt, heeft de Bank ter zitting de betreffende voorwaarden niet kunnen overleggen.

Ook als de lezing van de Bank als redelijk kan worden aangemerkt prevaleert de voor Consument meest gunstige en redelijke lezing van het Reglement. Omdat Consument een redelijke uitleg van dit artikel heeft gegeven, zal deze in dit geval worden gevolgd. Dit leidt tot de conclusie dat het betreffende artikel van het Reglement zo moet worden uitgelegd dat Consument en zijn voormalige partner slechts een vergoeding verschuldigd zijn over de helft van de hypotheeksom. Over de resterende hypotheeksom zal, conform de onbetwiste klachtomschrijving van Consument, een loyaliteitsvergoeding worden berekend. Nu de door Consument aangedragen berekening van het verschuldigde bedrag niet door de Bank is weersproken, zal de vordering van Consument worden toegewezen.

De beslissing
De Commissie beslist dat de Bank binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, aan Consument een bedrag vergoedt van € 10.747,93.